Christendom en islam: eeuwen van strijd, geloof en beschaving

Strijd christendom islam

Inleiding

De verhouding tussen christendom en islam is eeuwenlang gekenmerkt geweest door zowel ontmoeting als conflict. Vanaf de zevende eeuw kwam de jonge islamitische wereld in botsing met de christelijke beschaving van Byzantium en later met de christelijke koninkrijken van Europa. Vanuit christelijk perspectief werd deze strijd vaak gezien als een verdediging van geloof, cultuur en vrijheid tegen een expansieve macht.

Het is historisch onmiskenbaar dat de islam naast een religie ook een politieke en militaire beweging is. De islamitische rijken breidden zich in korte tijd uit van Arabië naar Syrië, Egypte, Noord-Afrika, Spanje en later delen van Oost-Europa. Binnen de islam bestaat het concept van jihad, dat verschillende betekenissen kent, maar ook verbonden is met gewapende strijd ter uitbreiding van de islamitische gemeenschap. Hoofdstuk 8 van de Koran heet De Buit, het laat het belang zien van buit behalen op de tegenstander tijdens de jihad. Moslim mannen mogen, naast vier vrouwen, ook zoveel ongelovigen vrouwen als seks slaaf hebben als ze willen (Koran 4:3, 4:24, 33:50).

Het christendom kent daarentegen geen opdracht tot wereldlijke verovering met het zwaard. Jezus Christus predikte: “Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld” (Johannes 18:36). Toch ontwikkelde de christelijke traditie, vooral via Augustinus en Thomas van Aquino, de leer van de rechtvaardige oorlog. Volgens deze leer kan oorlog moreel geoorloofd zijn wanneer zij defensief is, wordt gevoerd door een wettig gezag en gericht is op herstel van vrede en recht.
West-Europa is eeuwenlang het laatste grootste christelijke bastion geweest dat niet werd veroverd door de islam. Door de groei van het christendom zijn er vandaag de dag meer grote gebieden in de wereld die tot het christendom gerekend worden.

Moslims genoten over het algemeen meer bescherming in christelijke landen dan christenen in islamitische landen. Moslims hoefden ook geen speciale belasting te betalen vanwege hun geloof, iets wat christenen wel moesten in islamitische landen. De geschiedenis laat duidelijk zien dat christenen vaak als tweederangs burgers werden behandeld door hun islamitische meesters, andersom was dat niet het geval. Het christendom kent ook niet dergelijke bepalingen zoals de islam die wel kent.

Ik heb de opdracht gekregen om oorlog te voeren tegen de mensheid totdat ze getuigen dat er geen god is dan Allah en dat Mohammed de boodschapper van Allah is… Als ze dat doen zal hun bloed en bezit beschermd zijn.
Mohammed (Sahih Muslim 9:1:31)

Ik heb de overwinning gekregen door terreur
Mohammed (Sahih Bukhari 4:52:220)

Mohammed en het christendom

Jezus heeft nooit direct iets gezegd over Mohammed of de islam. Sommige waarschuwingen voor valse profeten zouden natuurlijk over Mohammed kunnen gaan. Andersom is het wel duidelijk, Mohammed wist van Jezus en het christendom. Er is een brief bewaard gebleven die Mohammed aan de christelijke keizer van het Oost-Romeinse Rijk geschreven zou hebben. Deze Heraclius had net het Perzische Rijk verslagen. In de brief schrijft Mohammed dat de keizer de optie heeft om zich aan de islam te onderwerpen of te sterven. Het voorstel werd afgewezen waarop Mohammed een verkenningseenheid stuurde van zo’n 3.000 man naar het christelijke gebied. De christenen versloegen hen in de buurt van Karak, ten oosten van de Jordaan.

Als gevolg hiervan verklaarde Mohammed de eeuwige oorlog aan de christenen, zoals we kunnen lezen in Koran 9:29: Dood hen dan die niet in Allāh en het Hiernamaals geloven en die niet voor verboden houden wat Allāh en Zijn Boodschapper verboden hebben verklaard; en zij die de godsdienst van de waarheid niet als godsdienst nemen, van hen aan wie de Schrift is gegeven, totdat zij het beschermgeld (djizyah) betalen, naar vermogen, terwijl zij onderdanigen zijn.

Door de eeuwen heen vonden op cruciale momenten beslissende veldslagen plaats tussen christelijke en islamitische machten. Deze gevechten hebben het verloop van de wereldgeschiedenis diepgaand beïnvloed.

De Slag bij Yarmuk (636)

Na de dood van Mohammed begonnen de islamitische Arabieren aan een ongekende expansie. Het Byzantijnse Rijk, eeuwenlang de beschermer van het oosterse christendom, werd in Syrië geconfronteerd met de legers van het Rashidun-kalifaat.

Bij de rivier de Yarmuk ontmoetten beide machten elkaar. Het Byzantijnse leger was numeriek sterk, maar intern verdeeld en uitgeput door eerdere oorlogen tegen de Perzen. De Arabische troepen stonden onder leiding van Khalid ibn al-Walid, een briljant militair bevelhebber. Exacte aantallen van de legers hebben we niet, maar schattingen geven aan dat er ongeveer 30.000 Byzantijnen tegen ongeveer 24.000 Arabieren vochten.

De strijd eindigde in een nederlaag voor Byzantium. Syrië en Palestina gingen verloren, gevolgd door Jeruzalem en later Egypte. Voor de christelijke wereld was dit een schok van enorme omvang. Gebieden die eeuwenlang christelijk waren geweest, kwamen onder islamitisch bestuur.

De overwinning bij Yarmuk vormde het begin van de islamitische overheersing in het Midden-Oosten. Het veranderde het religieuze landschap van de regio voorgoed. Binnen enkele tientallen jaren veroverden de moslims een deel van het Midden-Oosten en Noord-Afrika op de christenen.

Het Beleg van Constantinopel (717–718)

Constantinopel was het grote bolwerk van het christelijke Oosten. De stad werd gezien als de poort naar Europa. Toen het Omajjaden-kalifaat in 717 een enorme aanval op de stad begon, stond er veel op het spel.

De moslimlegers omsingelden Constantinopel zowel over land als zee. De Byzantijnen verdedigden zich echter met grote vastberadenheid. Hun geheime wapen, het beruchte “Griekse vuur”, vernietigde een groot deel van de vijandelijke vloot.
Daarnaast speelden een strenge winter, hongersnood en Bulgaarse aanvallen op de islamitische troepen een belangrijke rol. Uiteindelijk moesten de belegeraars zich terugtrekken.

De redding van Constantinopel had enorme gevolgen. Als de stad was gevallen, had de islamitische expansie waarschijnlijk diep Europa kunnen binnendringen. Veel historici beschouwen deze overwinning als een beslissend moment voor het voortbestaan van de christelijke beschaving in Europa. Europa kon zich verder ontwikkelen omdat het christelijke Constantinopel niet in de handen viel van de islamitische veroveraars.

De Slag bij Tours (732)

Vanaf 709 richtte de moslims hun blik op Spanje. Ze hadden Noord-Afrika inmiddels veroverd en wilden meer. Na de verovering van Spanje trokken islamitische legers vanuit Spanje (Al-Andalus genoemd door moslims) verder Frankrijk binnen. Hun opmars bracht hen tot diep in het Frankische rijk.

Bij Tours ontmoette Karel Martel het islamitische leger van Abd al-Rahman. De Franken vochten voornamelijk te voet, in hechte formaties, terwijl de islamitische troepen sterk vertrouwden op mobiele cavalerie.
De strijd eindigde in een overwinning voor de Franken. Abd al-Rahman sneuvelde en de islamitische opmars richting Noord-Europa werd gestopt. De slag staat symbool voor de verdediging van Europa tegen verdere islamitische expansie. Karel Martel wordt gezien als een redder van het christelijke Westen. Door zijn verdere overwinningen op de moslims werden zij teruggedrongen uit Frankrijk tot in Spanje.

Als gevolg van de nederlagen bij Constantinopel en Tours bedachten de moslims een andere strategie. Omdat ze de open strijd niet konden winnen gingen ze over tot korte invallen waarbij ze dorpen en steden aanvielen en vooral slaven als buit meenamen. De slavenmarkten in de islamitische wereld waar Europese slaven werden verhandeld waren algemeen bekend.

De Slag bij Manzikert (1071)

In 961, na 135 jaar van islamitische bezetting, werden Kreta en Cyprus bevrijd. Het was een periode waarin de islam weinig kon uitrichten tegen het christendom. In de elfde eeuw groeide de macht van de Seltsjoekse Turken. Byzantium probeerde zijn positie in Anatolië te behouden, maar werd bij Manzikert verslagen.

Keizer Romanos IV werd gevangengenomen. De nederlaag leidde tot het verlies van grote delen van Klein-Azië, eeuwenlang het hartland van Byzantium en een belangrijk centrum van het christendom. Vele tienduizenden christenen werden in de periode tot slaaf gemaakt en verkocht.

De gevolgen waren enorm. Byzantium verzwakte ernstig en deed later een beroep op West-Europa om hulp. Dat verzoek droeg direct bij aan het ontstaan van de kruistochten.
Voor christenen betekende Manzikert niet alleen een militaire nederlaag, maar ook het verlies van oude christelijke gebieden aan islamitische heerschappij.

De Slag bij Hattin (1187)

De kruistochten waren ontstaan vanuit de wens om pelgrims te beschermen en verloren christelijke gebieden terug te winnen. Het werd door christenen gezien als een verdedigingsoorlog. Die zienswijze wint ook vandaag de dag steeds meer aan invloed. De kruisvaarder slaagden er uiteindelijk in om gebieden te veroveren in het beloofde land, waaronder Jeruzalem zelf.

Na de initiële verovering mochten de oorspronkelijke inwoners terugkeren. Het leven onder de christelijke heersers was ook voor moslims een stuk aangenamer dan onder veel van de islamitische heersers daarvoor. De christenen heersten 44 jaar over Jeruzalem zonder veel gedoe.

In 1187 kwam het kruisvaardersrijk Jeruzalem tegenover Saladin te staan. Bij Hattin leden de kruisvaarders een verpletterende nederlaag. Dorst, hitte en slechte strategische keuzes speelden een belangrijke rol. Het relikwie van het Ware Kruis ging verloren en vele christelijke ridders werden gedood of gevangengenomen.
Kort daarna viel Jeruzalem in handen van Saladin. In de islamitische wereld werd dit gezien als een grote overwinning van de jihad tegen de kruisvaarders. In Europa veroorzaakte het diepe ontzetting en leidde het tot de Derde Kruistocht.

Hattin markeerde het keerpunt van de christelijke aanwezigheid in het Heilige Land.

Las Navas de Tolosa (1212)

Eeuwenlang voerden christelijke koninkrijken in Spanje de Reconquista: de herovering van het Iberisch schiereiland op islamitische heersers. Bij Las Navas de Tolosa bundelden Castilië, Aragón en Navarra hun krachten tegen het Almohaden-kalifaat. De christelijke overwinning was beslissend.

Na deze slag verloor de islamitische macht in Spanje geleidelijk haar dominante positie. Steden als Córdoba en Sevilla vielen later terug in christelijke handen.
Las Navas de Tolosa wordt vaak gezien als het begin van het einde van islamitisch Spanje. Het gaf de christelijke koninkrijken nieuw vertrouwen en veranderde de machtsverhoudingen op het Iberisch schiereiland definitief.

De Val van Constantinopel (1453)

De islamitische Ottomanen hadden veel soldaten nodig voor hun oorlogen. Ze gebruikten hier ook veelvuldig christelijke slaven voor. Jongentjes werden weggehaald bij hun ouders en na te zijn gehersenspoeld en een gedwongen bekering tot de islam, als soldaat ingezet om hun christelijke voorouders te bevechten. De slavenhandel van Europeanen naar de islamitische wereld als geheel bereikte bizarre aantallen. In enkele jaren werden honderd duizenden Hongaren, Serven en andere Oost-Europeanen als slaaf verhandeld door moslims.

In 1453 belegerde de Ottomaanse sultan Mehmed II Constantinopel. Het Byzantijnse Rijk was inmiddels sterk verzwakt, maar de stad bleef een krachtig symbool van christelijke beschaving. Met enorme kanonnen doorbraken de Ottomanen uiteindelijk de muren. Keizer Constantijn XI sneuvelde tijdens de verdediging van zijn stad.

De val van Constantinopel schokte de christelijke wereld diep. De Hagia Sophia, eeuwenlang de grootste kerk van het christendom, werd omgevormd tot moskee.
De overwinning van de Ottomanen maakte van hen een wereldmacht. Tegelijk leidde de vlucht van Griekse geleerden naar West-Europa mede tot de Renaissance. Ook stimuleerde de Ottomaanse controle over handelsroutes Europese ontdekkingsreizen.

Het Ontzet van Wenen (1683)

De Ottomanen probeerden in de zeventiende eeuw opnieuw diep Europa binnen te dringen. In 1683 belegerden zij Wenen, de sleutelstad van Centraal-Europa. In de eeuwen daarvoor hadden zij al een groot deel van Oost-Europa veroverd. Wenen was de poort naar Noord- en West-Europa.

De situatie in Wenen leek hopeloos totdat een christelijke coalitie onder leiding van de Poolse koning Jan III Sobieski arriveerde. Op 12 september vielen de geallieerde troepen de Ottomanen aan vanaf de heuvels rond de stad. De beroemde cavaleriecharge van de Poolse huzaren bracht de beslissing. Het Ottomaanse leger sloeg op de vlucht.

Het ontzet van Wenen betekende een historisch keerpunt. Vanaf dat moment begon de terugdringing van de Ottomaanse macht in Europa. Voor veel christenen gold deze overwinning als de redding van Europa tegen verdere islamitische expansie. Tussen 1683 en 1697 werden 15 grote slagen geleverd tussen de Turken en de christenen, 12 daarvan werden door de christenen overduidelijk gewonnen. Wel werden nog altijd christelijke Europeanen geroofd en tot slaaf gemaakt door de moslims.

Christelijke schaamte en islamitische trots

Opvallend is hoe verschillend vandaag naar deze conflicten wordt gekeken. In veel westerse landen heerst onder christenen en seculiere Europeanen een zekere terughoudendheid of zelfs schaamte over de kruistochten en religieuze oorlogen. Men benadrukt vaak de fouten, het geweld en de misstanden van de christelijke zijde.

In delen van de islamitische wereld worden historische overwinningen daarentegen nog regelmatig met trots herdacht. Figuren als Saladin of Mehmed II gelden voor velen als helden van de islamitische geschiedenis.
In het westen is nauwelijks besef aanwezig dat het de christelijke legers zijn geweest die hebben gevochten voor de vrijheid die vandaag de dag wordt ervaren in datzelfde westen. Daar mag op zijn minst dankbaarheid voor bestaan. En een besef dat het gedachtegoed van de jihadistische expansie van de islam nog altijd springlevend is.

De geschiedenis van de strijd tussen christendom en islam heeft het lot van Europa en het Westen diepgaand bepaald. Van Yarmuk tot Wenen stonden christelijke en islamitische machten tegenover elkaar in conflicten die niet alleen territoriaal, maar ook religieus en cultureel van aard waren.
Vanuit christelijk perspectief kunnen veel van deze veldslagen worden gezien als verdedigingsgevechten voor het voortbestaan van de christelijke beschaving in Europa. Zonder overwinningen bij Constantinopel, Tours of Wenen zou de geschiedenis van het Westen er waarschijnlijk totaal anders hebben uitgezien.

Het christendom ontwikkelde geen leer van religieuze wereldverovering, maar wel de leer van de rechtvaardige oorlog: oorlog als uiterste middel ter verdediging van recht, vrijheid en vrede. De islamitische geschiedenis kent daarentegen perioden waarin religieuze expansie en militaire macht nauw met elkaar verbonden waren.
In de moderne tijd speelt deze strijd zich meestal niet meer af op slagvelden zoals vroeger. De uitdagingen zijn nu cultureel, demografisch, politiek en ideologisch van aard. Het vrije Westen zal alleen kunnen voortbestaan wanneer het opnieuw overtuigd raakt van zijn eigen wortels, waarden en beschaving.

Scroll naar boven