Zijn er verschillende versies van de Koran?

De islamitische traditie claimt een ononderbroken overlevering (tawātur), maar historische gegevens laten zien dat de Korantekst in de eerste eeuwen varieerde en pas later is gestandaardiseerd. Daarmee rijst de vraag of er überhaupt meerdere versies circuleerden, hoe die beheerst werden, en wat dat betekent voor de bewering van onveranderlijkheid.

Vroegste manuscripten en varianten

Recente ontdekkingen zoals het Birmingham Quran-fragment, gedateerd via radiocarbon tussen circa 575–675 n.Chr., toonden grote overeenstemming met de huidige tekst, maar simpele spellingsvarianten zijn aanwezig. Manuscripten zoals de Samarkand‑Kufische en Topkapi‑codex, traditioneel toegeschreven aan de ‘Uthmanische reeks’ (7e‑8e eeuw), vertonen kleine orthografische afwijkingen – rasm‑variaties – terwijl de kerntekst nagenoeg gelijk blijft.

Echter, buiten de formele Uthman‑codices duiken in onder meer Sana’a‑palimpsesten tekstvarianten op die substantieel afwijken van de standaardtekst – in woordgebruik, volgorde, soms zelfs inhoud. Hiermee ontstaat een beeld dat vóór de standaardisatie een bredere, minder uniforme tekst circulatie bestond.

Ook islamitische bronnen zoals catalogi van al‑Nadīm (10e eeuw) vermelden honderden discrepanties tussen manuscripten van verschillende regio’s (bijv. Basra, Kufa, Madinah, Syrië) – in beide richting: aantal soera’s, woordkeuzes, rijvolgorde etc. Zo had de codex van ‘Abdallah ibn Mas‘ūd volgens een bron slechts 110 soera’s (in plaats van 114).

De qirā’āt en de zeven aḥruf

Volgens islamitische overlevering werd de Koran oorspronkelijk geopenbaard in zeven aḥruf (“manieren”), dialectale varianten waarin versies konden variëren in uitspraak, woordvolgorde of kleine details. Deze zeven werden door metgezellen als Ibn Mas‘ūd, Ubayy, Miqdād etc. onderwezen in verschillende regio’s. De zogeheten zeven qirā’āt (recitatie‑tradities) zijn later uitgewerkt – o.a. Hafs ‘an ‘Āsīm, Nafi‘, Abū ‘Amr etc. Deze recitatie verschillen bleven bestaan nadat de tekst door Uthman werd gestandadiseerd.

De traditionele uitleg is dat Uthman slechts één ḥarf handhaafde (die van de Quraysh) en de andere vernietigde om verwarring te voorkomen, terwijl sommige overleveringslijnen suggereren dat hij bepaalde varianten nog opnam binnen zijn keuzes – wat complexe keuzes opleverde in de qirā’āt‑traditie.

Vanuit christelijk theologisch oogpunt is dit probleematisch: als er oorspronkelijk meerdere door Mohammed geautoriseerde lezingen waren, betekent dat dat er geen unieke tekst was – wat vragen oproept over de betrouwbaarheid van de schriftelijke doorlevering.

Canonisatie onder kalief Uthman

Motivatie en proces

Rond 650 CE (omstreeks 18‑jaar na Mohammeds dood) ontstonden volgens de islamitische overlevering ernstige verschillen in recitatie tussen nieuwe islamitische provincies (Shām vs. Irak). Hudhayfah ibn al‑Yaman waarschuwde Uthman: “Neem deze gemeenschap in de hand voordat zij uiteenlopen over het Boek zoals Joden en Christenen”. Uthman verzocht Hafsa (de dochter van ‘Umar) om haar codex die Abu Bakr het eerst had laten verzamelen te geven, en gaf een commissie opdracht onder leiding van Zayd ibn Thābit en drie anderen om officiële kopieën op te stellen volgens de Qurayshi dialect en rasm. Daarna werden alle andere manuscripten en fragmenten vernietigd.

Tekstuele consequenties

De vernietiging richtte zich op manuscripten van Ibn Mas‘ūd en anderen, die afweken in volgorde, aantal soera’s (sommige hadden er 110 en anderen zelfs 116) of woord-varianten.  De extra Soera’s zijn door de actie van Uthman dus voor altijd vernietigd.

Islamitische bronnen erkennen openlijk dat de handelingen van Uthman gericht waren op het verkrijgen van één canoniek tekstmodel, door alle andere varianten uit te roeien. De bestaande varianten zorgde voor serieuze verschillen tussen manuscripten. De actie van Uthman was erop gericht om deze verschillen uit te wissen. 

De vernietiging van Koran variaties onder Abd al‑Malik en Marwān

Na Uthman bleek dat er toch nog overgebleven vroege exemplaren waren zoals de codex van Hafsa. Toen Marwān ibn al‑Hakam gouverneur was, vroeg hij om Hafsa’s codex. Zij weigerde en pas na haar dood werd deze codex verbrand omdat anders de oude varianten weer bekend konden worden en het Uthman’s standaardiseringsinspanning teniet zou doen.

Onder Abd al‑Malik kwam uiteindelijk de Koran tot stand zoals die door vele moslims werd gebruikt in de jaren daarna. Er was nu pas eindelijk echt sprake van een compleet boek. Afwijkende varianten werden nogmaals vernietigd.

Huidige versie: de Caïro‑editie van 1924 

Pas in de moderne tijd ontstond een eenduidige drukversie die in heel de moslimwereld werd aanvaard: de Cairo edition (ook “Amiri Mushaf” of “King Fu’ād Qur’ān”), officieel gepubliceerd 10 juli 1924 onder supervisie van Al‑Azhar en koning Fuad I van Egypte. Het project startte in 1907 en duurde 17 jaar. Men koos voor de qirā’ah van Ḥafs ‘an ʿĀṣim, en een gestandadiseerd schriftsysteem, vers‑nummering, volgorde van soera’s (volgens Ibn ʿAbbās‑traditie), en integreerde de Bismala op een standaard manier in sura 1 maar ook ongenummerd vóór andere hoofdstukken.

Voorheen bestonden druk versies lokaal (bijv. in Europa), maar deze waren inconsistent en bevatten fouten in diakritiek, tağwīd‑markeringen, etc.; vandaar dat de Caïro‑editie werd gepresenteerd als “officiële” en gestandaardiseerde tekst voor Egyptische scholen en daarna wereldwijd.

Dit betekent dat de tekst die moslims vandaag kennen en in hun Koran hebben staan pas officieel geschreven, gecanoniseerd en gedrukt werd rond 1924. De Koran kent dus geen ononderbroken, gedrukte overleveringsketen die teruggaat tot Mohammed. De Koran die we vandaag kennen is slechts iets meer dan 100 jaar oud. Een groot verschil met andere Heilige Schriften, zoals bijvoorbeeld de Bijbel. 

Kritische reflectie 

Ononderbroken overlevering?

Christelijke tradities hechten sterk aan betrouwbare manuscript‑overlevering met vele vroege manuscripten (Sinaiticus, Vaticaanus etc.) die een consistente tekst tonen. In de islamitische geschiedenis toont de eigen traditie aan dat er vóór Uthman vaak significante variaties waren, gevolgd door bewuste vernietiging van bronnen om tot één standaard te komen. De claim van tawātur in schriftelijke vorm komt niet overeen met de historische data.  

Geautoriseerde lezingen versus spontane varianten

De qirā’āt zijn later gestandaardiseerd als zeven geautoriseerde recitaties. Toch toont het feit dat er vóór Uthman meerdere codices in omloop waren, dat de praktijk complexer was. Het bestaan van de Sana’a‑palimpsesten die weer afwijken toont dat het proces niet puur mondeling was, maar ook schriftelijke fluctuaties kende. Zelfs latere regionale varianten (Basra, Kufa, Medina) vertonen orthografische verschillen die in wetenschappelijke literatuur geregistreerd zijn.

Politiek en theologie van canonisatie

De vernietiging van manuscripten onder Uthman toont een bewuste politieke en religieuze keuze om uniformiteit af te dwingen. Vanuit christelijk perspectief roept dat vragen op over transparantie en openheid van tekstkritiek. In het christendom zijn varianten niet verwijderd of verbrand, maar zijn juist bewaard gebleven zodat tekstkritiek mogelijk bleef.

Het moderne karakter van officiële editie

Dat de officiële, gedrukte en erkende tekst pas in 1924 tot stand kwam, suggereert dat de bewering van onveranderlijkheid eerder een theologische dan historische claim is. Het westers-modern gedrukte ‘textus receptus’ concept lijkt parallel te lopen met het Caïro‑model, maar komt pas in de 20e eeuw tot gelding. Daarvoor was diversiteit aanwezig, zelfs al werd die door Uthman en later door Abd-al Malik onderdrukt.

Samenvatting van verschillen

Periode / fase

Tekstvariatie / aantal versies

Wat gebeurde er?

Vroege periode (tot ca. 650 CE)

Meerdere codices van Ibn Mas‘ūd, Ubayy, Miqdād etc.

Geen uniforme tekst, regionale variant

Canonisatie Uthman ca. 650 CE

Eén ‘Uthmanic’ standaardtekst in Qurayshi dialect

Andere exemplaren verbrand

Latere nalatenschap (Marwān, Abd al‑Malik)

Nog bestaande varianten (Hafsa’s codex)

Uiteindelijk vernietigd ook na haar dood

Werkelijke circulatie tot 20e eeuw

Lokaal drukwerk, variaties in spelling en diakritiek

Geen uniforme editie

Cairo‑editie 1924

Één drukversie gebaseerd op Hafs ‘an ʿĀsīm

Wereldwijde standaardisatie

Conclusie

Samenvattend laat deze historische en kritische reconstructie zien dat:

  1. Er waren in het begin aanzienlijke variaties in tekst‑ en recitatieversies (codices van metgezellen, regionale manuscripten).

     

  2. Kalief Uthman heeft gekozen voor één standaard en andere varianten vernietigd.

     

  3. Ook na hem bleven vroege codices bestaan en werden later alsnog vernietigd.

     

  4. Pas in 1924 verscheen de eerste universeel erkende drukversie (Caïro‑editie met Hafs recitatie), wat betekent dat de officiële tekst relatief jong is.

     

  5. Er is geen ononderbroken, onveranderlijke schriftelijke keten van Mohammed via memorizering of manuscript tot heden – in tegenstelling tot wat soms wordt beweerd.

     

  6. Vandaag de dag bestaat de Koran nog steeds in verschillende qirā’āt waarin variaties in de tekst zitten die elkaar soms tegenspreken. 

Terwijl het christendom een lange traditie kent van bewaring en comparatief onderzoek van varianten (zoals bij het Nieuwe Testament), toont de islamitische geschiedenis een spoor van vernietiging. Elk bewijs dat liet zien dat de Koran een onduidelijke ontstaansgeschiedenis heeft en dat er vele variaties bestonden in de tekst moest vernietigd worden. De angst voor het ontstaan van hun heilige schrift zoals moslims die kennen is voor christenen eigenlijk geheel onbekend. 

Scroll naar boven