Wie is Johannes van Damascus en wat zei hij over de Koran?

De belangrijkste vroege niet-islamitische getuige van de vroege geschiedenis van de Islam en de Koran is zonder twijfel Johannes van Damascus (675-749). In zijn geschrift Fount of Knowledge, geschreven rond 730, vinden we zijn opmerkingen over de Koran.

Hij ziet de volgelingen van Mohammed als niets meer dan een christelijke sekte, die hij Ismaëlieten noemt. In zijn beschrijving noemt hij een aantal geschriften die zij toeschrijven aan Mohammed. Een aantal komt duidelijk overeen met de Koran, maar een aantal ook zeker niet. Johannes en zijn andere familieleden werkten op belangrijke posities in het kalifaat van de Ummayyaden. Hij was bekend met de wereld van de moslims, maar die wereld en de leringen die daarbij hoorden lijken nog niet zo ver uitgewerkt te zijn.

Johannes schrijft de oorsprong van de Ismaëlitische sekte toe aan ene “Mamed”. Hij maakte zijn eigen verzinsels op basis van het Oude en Nieuwe Testament. Hij gaf die geschriften namen als “De Vrouwen” (Soera 4), “De Tafel” (Soera 5) en “De Koe” (Soera 2). Johannes noemt ook nog een geschrift met de titel “De Kameel van God”, maar die vinden we niet terug in de Koran. Opvallend, omdat de andere geschriften die hij noemt wel overeen komen met Soera’s uit de Koran. Maar het is niet gek te denken dat in alle redactie stappen in de totstandkoming van de Koran dat geschrift zoek is geraakt.
Johannes benoemt dat de Ismaëlieten verschillende geschriften gebruikten, maar géén daarvan lijkt op de Koran zoals die vandaag de dag bestaat.

In een later Syrisch geschrift komt “De Koe” ook voor als onafhankelijk document, naast de Koran. In combinatie met het getuigenis van Johannes van Damascus lijkt het er sterk op dat “De Koe” (Soera 2) pas in de 8e eeuw onderdeel werd van de Koran.

Scroll naar boven