Van Jezus weten we dat Hij veel profetieën heeft vervuld. Hoe zit dat eigenlijk met Mohammed? Vervulde hij, volgens de islam, ook profetieën?. In sommige koranverzen (zoals Soera 7:157 en 61:6) wordt gesteld dat Mohammed genoemd wordt in de Thora en het Evangelie. Maar de Koran geeft geen duidelijke verwijzing naar de tekstgedeelten die naar Mohammed zouden verwijzen. Moslims hebben de afgelopen 1.400 jaar veelvuldig naar hem gezocht. Want als hij niet in de Bijbel voorkomt, want zegt dat dan over Mohammed?
Deuteronomium 18:18 – “Een profeet als Mozes”
Deut. 18:15,18:
“De HEERE uw God zal u een profeet doen opstaan, uit het midden van u, uit uw broeders, gelijk mij; Hem zult ge horen… Een profeet als ik zal Ik u doen opstaan… uit hun broeders.”
Islamitische claim: Moslimgeleerden wijzen erop dat het woord ach (broeder) ook slaat op Israëls afstammelingen uit Ismaël. Mohammed zou dan “een profeet als Mozes” zijn, maar voor de Arabieren. Ze gebruiken voorbeelden zoals Soera 46:10 im Hassan van koranvertaling.
Weerlegging:
- Het vers spreekt over een profeet uit de broeders van Israël – dus uit de Israëlieten. Mohammed was geen Israëliet maar een Arabier.
- Jezus Christus wordt in het Nieuwe Testament expliciet gepresenteerd als de vervulling:
- Handelingen 3:22 noemt Jezus “de profeet als Mozes” .
- Handelingen 3:22 noemt Jezus “de profeet als Mozes” .
- Mohammed miste cruciale parallellen met Mozes:
- Geen wonderen zoals Mozes (in de koran zelf staat dat Mohammed géén wonderen verrichtte) .
- Mohammed was geen Israëliet, wat de tekst vereist.
- Geen wonderen zoals Mozes (in de koran zelf staat dat Mohammed géén wonderen verrichtte) .
De Christelijke interpretatie – Jezus als vervulling – is exegetisch en historisch veel sterker dan de islamitische interpretatie.
2. Johannes’ “de profeet” (Johannes 1:19)
Joh. 1:19:
“Zij vroegen hem: ‘Bent u Elia?’ ‘Nee,’ antwoordde hij. ‘Bent u De profeet?’ Hij zei: ‘Nee.’”
Islamitische claim: Moslims zien hierin verwijzing naar Mohammed als “de profeet” die nog moest komen, zoals in Deut. 18:18 wordt genoemd.
Weerlegging:
- Johannes reageert op Joodse verwachtingen van een afstammeling uit Israël — niet van een Arabier.
- De context volgt direct op het afwijzen van Jezus als Christus en Elia, waarna Johannes het werk van Christus aankondigt, niet Mohammed .
- Er is geen historische of taalkundige basis om “de profeet” te verbinden met Mohammed in deze passage.
Quran 7:157 en 61:6 – Mohammed in de Thora en het Evangelie?
Teksten:
Soera 7:157 – “Zij zullen hem (Mohammed) … vinden vermeld in de Thora en het Evangelie…”
Soera 61:6 – Jezus zegt: “Ik breng goed nieuws van een boodschapper die komt na mij, zijn naam is Ahmad.”
Problemen:
- Geen historische overlevering: Geen enkel voor-islamitisch Joods of christelijk document verwijst expliciet naar Mohammed (of Ahmad).
- Geen prophetische context: De Bijbel bevat geen passages die exclusief over een latere profeet van Arabische afkomst spreken.
- Interne inconsistentie in islamitische apologetiek: Moslims zeggen enerzijds dat de Bijbel gecorrumpeerd zou zijn – anderzijds dat diezelfde Bijbel Mohammed voorspelt.
- Tekstkritiek spreekt boekdelen: Gnostische, Alexandrijnse of Masoretische manuscripten uit de 4e-10e eeuw bevatten geen spoor van Mohammed voorafgaand aan de 7e eeuw .
Andere vermeende profetieën: Jesaja 42, 21, Deut. 33:2
Islamitische claims:
- Jesaja 42 zou verwijzen naar een dienaar uit het land van Qedar, wat verbonden is met Mohammed (Qedar was zoon van Ismaël).
- Isaiah 21 zou gaan over een profeet uit Arabia, vluchtend als Mohammed (Hijrah).
- Deut. 33:2 zou verwijzen naar wetgeving uit “bergen” die de Koran vervult.
Weerlegging:
- Jesaja 42 en 21 bevatten contextuele verwijzingen naar Israëlitische context, en “Qedar” werd nergens specifiek verbonden met Mekka of Mohammed.
- Deut. 33:2 noemt Zion en de berg Sion, uit Israëlitische liturgie. Geen enkele verwijzing naar Mekka, noch de Koran heeft enige band met Zion of Jerusalem .
- Al deze passages zijn ongebonden, allegorisch, of over duidelijk joodse context. Het toe-eigenen door islamitische exegeten is daarom een vorm van anachronistisch misbruik.
De invloed van laat-8e eeuwse apologetiek
Historische bronnen tonen aan dat de eerste systematische pogingen om Mohammed als bijbelse profeet te behandelen, teruggaan tot moslimgeleerden zoals Ibn al-Layth en Ibn Rabban al-Tabari in de 9e eeuw – ruim na leven van Mohammed zelf.
Vanuit vroegchristelijke of joodse interpretaties was er geen enkele ruimte voor een Arabische profeet die in lijn stond met de Bijbelse profeten. Het waren islamitische argumenten – vaak gericht tegen Arabische christenen en joden omdat ze niet geloofden in het profeetschap van Mohammed. Hun argumenten worden erkend als retro-actieve inlegkunde, niet als authentieke ontsluiting van Bijbelse teksten.
|
Claim |
Echt of vals? |
Waarom |
|
Deut. 18:18 voorspelt Mohammed |
Vals |
Spreekt over een Israëliet; Jezus vervult expliciet deze rol. |
|
Johannes 1:19 spreekt over “de profeet” |
Vals |
Gaat over ambtstitel in joodse context, niet Mohammed. |
|
Koran zegt dat Mohammed voorkomt in Bijbel |
Vals |
Geen bewijs voor Mohammed in de Bijbel. |
|
Andere passages (Isaiah, Deut. 33) |
Contextuele misinterpretering |
Geen verbinding met Arabie/Mekka/Mohammed. |
|
Historisch: pas na 8e eeuw ontwikkeld |
Juist |
Oorspronkelijke Bijbel-contexten spreken duidelijk over Israël(kern). |
Waarom deze claims blijven bestaan
- Religieuze motivatie: bevestiging van Mohammeds profeetschap door aansluiting aan eerdere openbaringen (Qoran 2:285).
- Teologische polemiek: islam wilde de continuïteit bewijzen met Abrahamitische traditie om legitimiteit te verwerven.
- Tekstmisbruik: cherry‑picking en anachronisme maken onhoudbare parallellen denkbaar.
Op basis van grondige tekstanalyse, historische context, manuscriptenbronnen en het tijdstip van vorming van islamitische apologetiek, is er geen bewijs dat Mohammed profetieën heeft vervuld die al vóór zijn leven in Bijbelse geschriften stonden. Jezus Christus voldoet aan meer profetische criteria: geboren in Israël, vervuld van Messiaanse profetieën, juridisch en historisch erkend.
De claims over Mohammed die in middeleeuwse moslimkringen opkwamen, zijn pas eeuwen na zijn overlijden ontstaan, hebben geen authentiek bijbels fundament en zijn niet erkend door joodse, christelijke of academische tradities vóór of na de 7e eeuw.
