In de afgelopen decennia hebben talloze moslims wereldwijd zich bekeerd tot het christendom. Velen van hen geven aan dat zij na hun bekering voor het eerst een persoonlijke relatie met God zijn gaan ervaren. In getuigenissen klinkt regelmatig de opmerking: “Allah was ver weg, maar nu ervaar ik God als mijn Vader.” Wat zit hierachter? En waarom geven sommige moslims aan dat hun beleving van Allah afstandelijk en leeg was, terwijl het christendom volgens hen een diepe geestelijke verbinding brengt?
De beleving van God in de islam
In de islam is Allah de absolute, transcendente God. Hij is één, zonder deelgenoten, en volledig verheven boven zijn schepping. Hij spreekt niet persoonlijk tot mensen, maar openbaarde zijn wil via de engel Gabriël aan de profeet Mohammed. Deze openbaring werd later vastgelegd in de Koran.
Voor de meeste moslims is Allah majesteitelijk en heilig, maar ook ongenaakbaar. Vele namen worden aan Allah toegeschreven (zoals de Barmhartige, de Genadevolle), maar de relatie blijft er een van onderwerping. De islam betekent immers “overgave”.
Gods wil staat centraal, niet noodzakelijk zijn nabijheid. In gebed (salah) volgen moslims vaste rituelen, gericht naar Mekka, in het Arabisch. Persoonlijke gebeden (du’a) bestaan ook, maar deze worden niet beantwoord in de vorm van een innerlijke stem of leiding zoals christenen dit vaak ervaren. Er is in de islam geen sprake van God als “Vader” of van een intieme omgang met Hem.
Het godsbeeld in het christendom
Christenen geloven eveneens in één God, maar ervaren Hem als Vader, Zoon en Heilige Geest. Deze drie-eenheid is voor moslims een struikelblok, maar voor christenen vormt het de basis van hun geloofsrelatie. De mens is geschapen voor relatie met God, en door Jezus Christus – die volgens christenen zelf God is – is deze relatie mogelijk gemaakt.
In het christelijk geloof spreekt God direct tot mensen. Niet alleen door de Bijbel, maar ook door de werking van de Heilige Geest in het hart, gebed, omstandigheden en de gemeenschap. Jezus noemt zijn volgelingen niet slaven, maar vrienden (Johannes 15:15). Christenen spreken van wandelen met God, van leiding ontvangen en van de tegenwoordigheid van God ervaren.
Dit is voor veel ex-moslims een radicale verandering. Voorheen ervoeren zij hun geloof als een reeks regels en rituelen, maar nu spreken zij van een levend contact met een liefhebbende God. Veel moslims ontvangen voor hun bekering tot het christendom ook dromen over Jezus.
Allah als ver weg ervaren
Veel bekeerlingen uit de islam geven aan dat hun geloof in Allah wel respect en plichtsgevoel opriep, maar geen diepe geestelijke ervaring. De rituelen van het gebed voelden voor hen als eenrichtingsverkeer. Er was geen antwoord, geen innerlijke stem, geen bevestiging.
Daarnaast kenden zij angst – voor zonde, voor straf, voor de hel. Vergeving is in de islam niet gegarandeerd; men hoopt erop, maar weet het niet zeker. Deze onzekerheid over het eeuwige lot kan diepe stress veroorzaken.
Een voormalige moslim beschreef het zo:
“Ik hield me aan de vijf zuilen, bad vijf keer per dag, vastte tijdens de ramadan. Maar ik hoorde nooit iets terug. Pas toen ik Jezus ontmoette, ervoer ik vrede en liefde in mijn hart.”
Waarom spreekt God in het christendom?
De Bijbel is vol van verhalen waarin God spreekt. Niet alleen tot profeten, maar ook tot gewone mensen. Abraham, David, Maria, Petrus, Paulus – zij allen ontvingen leiding, bemoediging of correctie van God zelf.
Christenen geloven dat Jezus zelf de volmaakte openbaring van God is (Hebreeën 1:1–2). Door Hem kunnen mensen God als Vader kennen. Wie in Jezus gelooft, ontvangt de Heilige Geest die in het hart woont en een diepe innerlijke zekerheid en verbinding met God brengt (Romeinen 8:15–16).
Gebed is geen verplicht ritueel, maar een open gesprek met de hemelse Vader. Vele christenen spreken van antwoorden op gebed, wonderen, troost in moeilijke tijden, en innerlijke leiding.
Waarom worden moslims christen?
De ervaring van leegte of afstand tot Allah is voor velen niet de enige reden om zich tot Jezus te keren, maar het is vaak een belangrijke. Zeker in gesloten landen, waar het lezen van de Bijbel of het bezoeken van een kerk verboden is, gebeuren bekeringen regelmatig door dromen, visioenen of bijzondere ontmoetingen – waarin moslims Jezus ervaren als iemand die hen persoonlijk roept.
Een veelgehoorde uitspraak van bekeerlingen is:
“Ik kende Allah als meester, maar Jezus als redder en vriend.”
De ervaring van liefde, vergeving en nabijheid verandert voor hen alles. Niet meer moeten, maar mogen. Geen angst, maar zekerheid van eeuwig leven.
Kritiek op islamitische spiritualiteit
Hoewel de islamitische mystiek (zoals het soefisme) wel ruimte laat voor ervaring en nabijheid, blijft deze vorm in de orthodoxe islam vaak verdacht of zelfs verboden. Het traditionele islamitische geloof benadrukt vooral gehoorzaamheid aan de sharia, de islamitische wet.
Daarmee lijkt islamitische spiritualiteit eerder juridisch dan relationeel. Voor wie hunkert naar persoonlijke nabijheid van God, blijkt dit voor velen ontoereikend.
Sommigen zeggen: “Allah houdt van wie Hem gehoorzaamt, maar de God van de Bijbel houdt van zondaars.”
Dankbaarheid en transformatie
Vele voormalige moslims getuigen van diepe dankbaarheid. Ze hebben niet alleen een nieuwe religie gevonden, maar een levende relatie met God. Ze spreken van genezing, bevrijding van angst, innerlijke vrede en vreugde.
Voor wie jarenlang Allah als afstandelijk ervoer, is de ontdekking dat God nabij wil zijn als Vader, Verlosser en Trooster, vaak levensveranderend.
Het christendom stelt dat God niet zwijgt, maar spreekt. Niet ver weg, maar dichtbij. Niet alleen almachtig, maar ook liefdevol. Die diepe spirituele ervaring – van gehoord worden, gekend zijn en geliefd worden – is wat vele bekeerlingen uit de islam tot het christendom drijft.
Wie de waarheid zoekt, vindt uiteindelijk geen systeem – maar een persoon: Jezus Christus.
