In de westerse presentatie van de islam worden vijf basispraktijken vaak tot de “Vijf Zuilen” benoemd:
- Shahādah – de geloofsgetuigenis: “Er is geen god dan Allah, Mohammed is zijn profeet.”
- Ṣalāh – vijf gebeden per dag.
- Zakāt – verplichte liefdaad / aalmoes.
- Ṣawm – vasten in de maand Ramadan.
- Ḥajj – pelgrimstocht naar Mekka ten minste één keer in het leven (indien mogelijk).
Deze lijst komt uit de hadīth van Gabriël (Sahīh Muslim), maar wordt niet in exact deze vorm genoemd in de Koran. in andere hadīth-tradities of in sjiitische wetenschap spreekt men van acht of tien zuilen, óf van een geheel ander stelsel (Ancillaries of Faith). De “zuilen” zijn dus geen universeel islamitisch instituut, maar een interpretatiekader onder soennieten.
Ḥajj – een pre‑islamitische pelgrimstoch?
Ḥajj verwijst naar de rituele bedevaart naar de Ka’ba in Mekka.
Pre‑islamitische oorsprong
- Pelgrimstochten naar Mekka, de Ka’ba en rituele kabah-rondgangen bestonden al in de Jāhiliyyah, de pre-islamitische tijd.
- Gemeenschappelijke rituelen zoals loopgangen en stenen gooien stammen uit pre‑islamitische tijd.
Waarom de “Vijf Zuilen” betekenis kregen en de kritiek
A. Westerse framing vs. islamitische realiteit
- In het westerse vormen deze Zuilen het centrum van islamstudies, vaak gelijkgesteld aan christelijke sacramenten. Maar zo hebben ze nooit gefungeerd, sacramenten zijn echt iets anders.
- In soennitische traditie worden andere rituelen net zo belangrijk: djihad, hijra (migratie), tawassul.
B. Historisch proces
- De Zuilen werden pas 200+ jaar na Mohammed als ontzettend belangrijk vastgelegd – dit verklaart hun rituele uniformiteit, maar reduceert hun claim op oorspronkelijke openbaring.
C. Politieke instrumenten
- Net als bij canonisatie van de Koran, diende centralisatie van religieuze rituelen onder kaliefen als Sanaʿī of Hajjāj om staatsmacht te consolideren.
- In het Umayyaden- en later Abbasiedenrijk moesten deze normen onderwijs en uniformiteit opleggen aan een grote en verspreide ummah.
