In het Bijbelboek Deuteronomium spreekt Mozes tot het volk Israël voordat zij het Beloofde Land binnen gaan. In hoofdstuk 18, vers 15-18, geeft hij een profetie:
“De HEER, uw God, zal een profeet uit uw midden, uit uw broeders, doen opstaan, zoals ik; naar hem zult u luisteren. (…) Ik zal Mijn woorden in zijn mond leggen, en hij zal tot hen spreken alles wat Ik hem gebied.”
(Deuteronomium 18:15-18)
Volgens christenen is deze profetie vervuld in Jezus Christus. Jezus wordt gezien als de langverwachte profeet die op unieke wijze lijkt op Mozes.
Waarom Mozes en Jezus vergelijken?
Voor joden is Mozes dé profeet bij uitstek, de middelaar van het verbond en de brenger van Gods wet. Voor moslims is hij (Moesa) een grote profeet, geëerd als boodschapper van God. Omdat Mohammed in de Koran zegt dat hij te vinden is in de schriften van de joden en christenen zijn moslims hem gaan zoeken. Hij is alleen niet te vinden en dus zijn er moslims die verzen plukken en die dan maar op Mohammed plukken. Maar christenen zijn er duidelijk over, deze verzen gaan over Jezus. Overigens zullen ook joden Mohammed niet herkennen in deze verzen.
Door Mozes en Jezus naast elkaar te zetten, zien we hoe Jezus de vervulling is van de profetie uit Deuteronomium.
Overeenkomsten tussen Mozes en Jezus
Er zijn talloze parallellen tussen de levens van Mozes en Jezus. Hieronder bespreken we er een groot aantal – niet als toevallige overeenkomsten, maar als geestelijke patronen die, volgens christelijk geloof, wijzen op Gods bedoeling.
1. Onderdrukking door een wereldrijk
- Mozes leefde toen Israël werd onderdrukt door Egypte. Farao heerste als een dictator (Ex. 1:11, 14; 5:6-9).
- Jezus werd geboren toen Israël bezet was door de Romeinen. Keizer Augustus en koning Herodes voerden harde maatregelen in, zoals belastingen (Lukas 2:1).
→ Beide profeten verschenen in tijden van slavernij en onrecht.
2. Ongewone wieg, ontheemde geboorte
- Mozes werd als baby verborgen in een rieten mandje, omdat Farao alle jongetjes liet doden. Zijn zus, Mirjam (Grieks: Maria), bleef in de buurt (Ex. 2:3).
- Jezus werd geboren in een stal, in een voederbak gelegd, omdat er geen plaats was in de herberg. Zijn moeder heette Maria – Grieks voor Mirjam (Lukas 2:7).
→ In beide gevallen gold: geen plaats voor het kind in de samenleving.
3. Wonderen als teken van goddelijke zending
- Mozes verrichtte grote wonderen in Egypte en de woestijn (Ex. 7–14).
- Jezus verrichtte unieke wonderen: genezingen, opwekking uit de dood, macht over natuurwetten (Joh. 15:24).
→ De wonderen bevestigden hun goddelijke roeping.
4. Brood uit de hemel
- Mozes gaf manna uit de hemel (Ex. 16).
- Jezus noemde zichzelf het ware brood uit de hemel: “Ik ben het brood des levens” (Joh. 6:35).
→ Mozes gaf tijdelijk brood; Jezus biedt eeuwig leven.
5. Wetten en genade
- Mozes gaf de wet van God op de Sinaï (Ex. 24:12).
- Jezus bracht genade en waarheid, en vernieuwde het verbond (Joh. 1:17).
→ Niet een afschaffing, maar een vervulling.
6. Verbond door bloed
- Mozes sloot het verbond met dierenbloed (Ex. 24:6-8).
- Jezus met zijn eigen bloed aan het kruis (Matt. 26:28).
→ Jezus’ offer wordt gezien als het definitieve verbond.
7. De bergervaring
- Mozes’ gezicht straalde na ontmoeting met God op de berg (Ex. 34).
- Jezus werd verheerlijkt op de berg (de gedaanteverandering) – Mozes was daar zelfs aanwezig (Matt. 17:2-3).
8. Beide Israëlisch van geboorte
Zowel Mozes als Jezus waren geboren in Israël, in een Hebreeuwse/Joodse stam (Ex. 2:1; Matt. 1:1).
9. Verlossing uit slavernij
- Mozes bevrijdde het volk uit Egypte.
- Jezus bevrijdt de mens van zonde (Rom. 3:28; Ef. 2:1-8).
→ Beide gaven bevrijding, maar op verschillend niveau: lichamelijk vs geestelijk.
10. Geloof, opoffering en nederigheid
- Mozes wees zijn koninklijke positie af om het volk te dienen (Hebr. 11:24-26).
- Jezus deed afstand van zijn hemelse glorie en werd mens (Fil. 2:6-7).
→ Opoffering uit liefde voor het volk.
11. Afgewezen door hun eigen volk
- Mozes werd verworpen: “Wie heeft jou tot rechter aangesteld?” (Hand. 7:27).
- Jezus werd niet aangenomen door zijn volk (Joh. 1:11).
→ Beiden ervoeren pijnlijke afwijzing van hun broeders.
12. Gebed en voorbede
Zowel Mozes als Jezus waren mannen van intens gebed. Mozes bad voor vergeving van het volk (Num. 14:19), Jezus bad op het kruis: “Vader, vergeef het hun” (Luk. 23:34).
13. Mediators en leiders
- Mozes was profeet, priester, rechter, herder én middelaar (Ex. 33:8).
- Jezus vervulde al die rollen (1 Tim. 2:5; Joh. 10:11; Hebr. 7:24).
14. Dopen en symboliek van water
- Mozes leidde het volk door de Rode Zee – een beeld van doop (1 Kor. 10:1-2).
- Jezus werd gedoopt en gaf het doopgebod (Matt. 28:19).
→ Beide verbonden met een nieuwe fase van het geloofsleven.
15. Vasten en beproeving
- Mozes vastte veertig dagen (Ex. 34:28).
- Jezus ook, voorafgaand aan zijn bediening (Matt. 4:2).
16. Water als leven gevend teken
- Mozes sloeg op de rots en water stroomde (Num. 20:11).
- Jezus sprak over levend water: “Wie van het water drinkt dat Ik hem zal geven, zal nooit meer dorsten” (Joh. 4:14).
17. Vooruitblik naar opvolging
- Mozes wees Jozua aan als opvolger (Deut. 31:23).
- Jezus beloofde de Heilige Geest als helper (Joh. 14:16).
→ God laat Zijn volk niet alleen.
18. Bevestiging van de roeping door wonderen
- Mozes werd door God geroepen en zijn missie werd bevestigd door indrukwekkende wonderen (zoals in Exodus). Jezus’ goddelijke opdracht werd op soortgelijke wijze bevestigd, onder andere door genezingen en het opwekken van doden.
- Jezus zegt hierover: “De werken die Ik doe… getuigen van Mij” (Mattheüs 11:4-5). Opvallend is dat Mozes de eerste was die wonderen verrichtte in het Oude Testament, en Jezus de eerste in het Nieuwe Testament. Johannes de Doper deed bijvoorbeeld geen wonderen.
19. Heerschappij over natuurkrachten
- Mozes strekte zijn hand uit en door Gods kracht spleet de zee om het volk te bevrijden (Exodus 14:21).
- Jezus toonde eenzelfde goddelijke autoriteit toen Hij wind en zee tot stilte bracht. Zijn discipelen waren diep onder de indruk: “Wat voor iemand is deze, dat ook de winden en de zee Hem gehoorzaam zijn?” (Mattheüs 8:27).
20. Poging tot steniging door het volk
- Tijdens hun leiderschap werden beiden geconfronteerd met vijandigheid van hun eigen volk. Het volk wilde Mozes stenigen uit onvrede (Exodus 17:4).
- Ook Jezus werd bedreigd: “Zij namen dan stenen op om naar Hem te werpen” (Johannes 8:59), omdat Zijn woorden hen uitdaagden.
21. Aanstellen van twaalf mannen
- Mozes koos twaalf mannen uit Israël om het land Kanaän te verspieden (Deuteronomium 1:23).
- Jezus stelde eveneens twaalf discipelen aan die Hem zouden volgen, van wie Hij later zei: “opdat zij met Hem zouden zijn” (Marcus 3:14).
22. Aanstellen van zeventig leiders/gezanten
- Mozes verzamelde zeventig oudsten om het volk mede te leiden (Numeri 11:15).
- Jezus wees ook zeventig volgelingen aan en zond hen uit met een specifieke opdracht (Lucas 10:1).
23. Gods dienaar
- Mozes wordt in Psalm 105:26 “Zijn knecht” genoemd.
- Over Jezus zegt God: “Zie, Mijn Knecht, die Ik uitverkoren heb” (Mattheüs 12:18). Beide titels duiden op een bijzondere roeping en overgave aan Gods wil.
24. Profetische functie
- Mozes wordt expliciet “profeet” genoemd in Deuteronomium 18:15-18, waar hij ook de komst van een Profeet zoals hijzelf aankondigt.
- Jezus vervulde deze rol: “Deze is waarlijk de profeet die in de wereld komen zou” (Johannes 6:14; zie ook Lucas 7:16).
25. Priesterlijke rol
- Mozes oefende een priesterlijke functie uit, zoals blijkt uit Leviticus 8 waarin hij Aäron wijdt (zie ook Psalm 99:6).
- Jezus is de grote Priester volgens de orde van Melchizedek (Hebreeën 7:24; 9:14), die niet alleen offers bracht, maar Zichzelf gaf.
26. Herder van het volk
- Mozes begon als herder van de schapen van zijn schoonvader (Exodus 3:1) en werd later de herder van Israël.
- Jezus noemt Zichzelf expliciet “de goede Herder” die Zijn leven geeft voor de schapen (Johannes 10:11, 14).
27. Middelaar tussen God en mensen
- Mozes trad op als bemiddelaar tussen God en Israël (Exodus 33:8-9).
- Jezus is de uiteindelijke Middelaar tussen God en de mensheid: “Want er is één God en ook één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus” (1 Timoteüs 2:5).
28. Voorbidder voor het volk
- Wanneer het volk zondigde, bad Mozes voor hun vergeving (Numeri 21:7).
- Jezus doet hetzelfde, zelfs vanaf het kruis: “Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen” (Lucas 23:34; zie ook Romeinen 8:34).
29. Rechterlijke autoriteit
- Mozes fungeerde als rechter over het volk (Exodus 18:13).
- Jezus wordt in het Nieuwe Testament aangeduid als de uiteindelijke Rechter die zal oordelen over alle mensen (Johannes 5:27; Matteüs 25:31-46).
30. Bedreigd als kind door politieke leiders
- Mozes’ leven werd bedreigd toen Farao besloot alle jongetjes te doden (Exodus 1:22).
- Op soortgelijke wijze gaf koning Herodes het bevel om alle jongetjes onder twee jaar in Bethlehem te doden (Mattheüs 2:16), uit angst voor de pasgeboren “koning der Joden”, Jezus.
31. Op jonge leeftijd naar Egypte
- Mozes groeide op in Egypte, aan het hof van de Farao.
- Jezus verbleef als kind tijdelijk in Egypte om aan Herodes’ wraak te ontsnappen (Mattheüs 2:13-14). Daarmee werd ook de profetie vervuld: “Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen” (Hosea 11:1).
32. Diepe verbondenheid met Israël
- Beide leiders toonden grote liefde voor Israël. Mozes was bereid zijn leven te geven voor het volk.
- Jezus toonde ultieme liefde door Zijn leven werkelijk te geven voor Zijn volk – en voor de wereld.
Enkele extra diepere verbanden
- Zowel Mozes als Jezus stierven “voor het volk”. Mozes droeg de gevolgen van het volk (Ps. 106:32), Jezus droeg hun zonden (Jes. 53).
- Beiden voltooiden hun taak: “Mozes voleindigde het werk” (Ex. 40:33), Jezus zei: “Het is volbracht” (Joh. 19:30).
- Revolte tegen hun gezag: Mozes’ autoriteit werd betwist (Num. 16:3), net als die van Jezus (Matt. 21:23).
De parallellen tussen Mozes en Jezus zijn indrukwekkend, zowel historisch als spiritueel. Voor christenen is Jezus niet zomaar een profeet, maar de vervulling van Gods plan. Mozes keek al vooruit naar de komst van Jezus.
Voor wie zich afvraagt waarom christenen Jezus volgen als Redder en niet slechts als leermeester, ligt het antwoord in deze geestelijke continuïteit:
En dat is wat Deuteronomium 18 voor christenen zo bijzonder maakt. Het is niet alleen een profetie, maar een hemelse belofte die werkelijkheid werd in Jezus Christus.
Mozes bracht wet, Jezus bracht genade.
Mozes redde van slavernij, Jezus van zonde.
Mozes wees vooruit – Jezus vervulde.
